Welkom
Praktijkgegevens
Logopedie
Dyslexie
Sensorische Integratie
Verwijzing & behandeling
Specialisaties
Samenwerking
Tarieven
Overige
Links
LogoSenz Praktijk voor Logopedie, Dyslexie & Sensorische Integratietherapie

 

 

 

 

 

 

U kunt bij de logopedist terecht voor problemen op het gebied van o.a. stem, taal, spraak, stotteren, gehoor, eten en drinken, mondgedrag en slikken voor zowel kinderen als volwassenen. Hieronder vindt u een korte omschrijving van veel voorkomende logopedische stoornissen:

 

Stem

Taal

Spraak

Stotteren

Gehoor

Eten en drinken

Mondgedrag

Slikken

 

 

Stem                                                                                                  

Stemproblemen kunnen zowel bij kinderen als bij volwassenen voorkomen. Door verkeerd stemgebruik kunnen de stembanden beschadigen en krijgt men een schorre of hese stem. Dit kan bij kinderen ontstaan door veel schreeuwen, gekke stemmetjes nadoen en schrapen. Ook door een verkeerde ademtechniek tijdens het spreken kunnen de stembanden beschadigd raken. Er kunnen zich dan knobbeltjes of poliepen op de stembanden ontwikkelen. In bepaalde gevallen is logopedie voldoende om deze problemen op te lossen. In andere gevallen wordt de logopedische behandeling gecombineerd met een operatie door de KNO-arts. Problemen met de stem zijn o.a.: onvoldoende adembeheersing, hyperventilatie, heesheid of keelklachten door verkeerd stemgebruik, heesheid of stemverlies na ziekte of operatieve ingrepen.

naar boven

 

Taal

Men spreekt van een vertraagde spraak- en taalontwikkeling wanneer een jong kind in zijn spraak en taal duidelijk achterblijft i.v.m. leeftijdsgenootjes. Het kind spreekt (nog) niet of opvallend minder; het spreekt in onvolledige, kromme zinnen; het spreken is minder goed verstaanbaar en soms begrijpt het kind niet goed wat er gezegd wordt. Een vertraagde spraak- en taalontwikkeling kan samenhangen met andere stoornissen zoals slechthorendheid of een algehele achterstand. Maar het komt ook voor dat het kind slecht spreekt zonder dat er een duidelijke oorzaak voor wordt gevonden.

 

Taalproblemen bij volwassenen kunnen optreden na een hersenletsel. Dit hersenletsel wordt meestal veroorzaakt door een beroerte (CVA), maar kan ook ontstaan door een hersentumor, een ongeval of een andere aandoening in de hersenen. Mensen met een hersenletsel kunnen soms de taal niet meer goed begrijpen, spreken in telegramstijl of zeggen de verkeerde woorden in verkeerde situaties. Zo’n taalstoornis wordt een Afasie genoemd. Afasie is een taalstoornis die ontstaat door een hersenletsel. Afasie komt hierdoor meestal voor bij oudere mensen, maar ook bij jongeren kan hersenletsel ontstaan met Afasie als gevolg.

terug

 

Spraak

Spraakproblemen kunnen voortvloeien uit een achterstand in de spraakontwikkeling. Daarnaast kunnen mensen op grond van ziektes of aandoeningen problemen hebben met het besturen van de spraakmusculatuur (Dysartrie). Problemen met de spraak zijn o.a.: klanken niet goed uitspreken, onverstaanbaar spreken, slissen, binnensmonds spreken, open en gesloten neusspraak en te snel spreken.

terug

 

Stotteren

Stotteren is een spraakstoornis waarbij de spraakbeweging niet vloeiend verloopt. Klanken of lettergrepen worden herhaald of verlengd. Soms worden ze er met veel spanning uit geperst. Daarnaast kunnen zich begeleidende symptomen voordoen. Voorbeelden zijn: meebewegingen in het gezicht en lichaamsdelen, verstoring van de adem, transpireren en spanning. Naast deze zichtbare en hoorbare symptomen zijn er ook verborgen symptomen. Vermijden van situaties, bepaalde woorden of klanken omzeilen, gebrek aan zelfvertrouwen en angst om te spreken zijn hier voorbeelden van. Stotteren kan de communicatie ernstig verstoren. Vaak is er bij stotteren sprake van een erfelijke component. Veel jonge kinderen stotteren ook een korte periode tijdens de taalontwikkeling. Dit wordt ontwikkelingsstotteren genoemd en gaat bij veel kinderen vanzelf over. Bij een kleine groep kinderen is er echter sprake van echt stotteren.

terug

 

Gehoor

Hoorproblemen kunnen leiden tot moeilijkheden in de communicatie. Een goed gehoor is heel belangrijk voor de communicatie. Als kinderen niet goed horen, kan dat (ernstige) gevolgen hebben voor de spraak- en taalontwikkeling. Tijdens oorontstekingen en verkoudheid is het gehoor ook verminderd. Soms verwijst de logopedist naar een KNO-arts of een Audiologisch Centrum om het gehoor te laten controleren. Als volwassenen minder goed horen en daarvoor een hoortoestel dragen, kan de logopedist hen leren omgaan met het hoortoestel, leren liplezen en de omgeving uitleg geven over de hoorproblemen. Ook kunnen auditieve vaardigheden (bijv. verschil horen tussen klanken, analyseren en samenvoegen etc.) bij de logopedie worden getraind.
Problemen met het gehoor zijn o.a.: (aangeboren) doofheid of slechthorendheid, klanken niet goed kunnen onderscheiden, middenoorontstekingen, lawaaislechthorendheid en ouderdomsslechthorendheid.

terug

 

Eten en drinken
De moeilijkheden met het eten en drinken komen doordat kinderen de spieren die nodig zijn bij het zuigen, afhappen van een lepel, bijten, kauwen en slikken niet onder controle hebben. Ze verslikken zich regelmatig en spugen veel. Soms krijgen ze daarom het eten via een sonde. Gedurende de periode van sondevoeding oefent het kind zijn mond- en tongspieren weinig. Dit is ongunstig voor de ontwikkeling van het zuigen, slikken, afhappen en kauwen. Dat heeft weer een negatieve invloed op de spraakontwikkeling: als de mond- en tongspieren niet goed bewegen tijdens eten en drinken, is er kans op problemen bij de vorming van spraakklanken. Bij het spreken worden immers dezelfde spieren gebruikt als bij eten en drinken.

terug

 

Mondgedrag

Bij sommige kinderen is de mondmotoriek niet goed ontwikkeld door bijvoorbeeld veel met de mond open zitten, speenzuigen, duimzuigen etc. Vaak ontstaan er dan ook problemen met de spraak. Als de lippen en tong niet goed kunnen bewegen, gaat het spreken ook moeizamer. Door verkeerd mondgedrag kan het gebit scheef gaan groeien en kunnen er kaakafwijkingen ontstaan. Problemen met het mondgedrag zijn o.a.: de tong en/of de lippen bewegen niet goed, de mond staat vaak open, de tong wordt tussen de tanden geperst en problemen bij kauwen en slikken.

terug

 

Slikken

De mond wordt gebruikt om te spreken, maar ook om te eten en te drinken. Een goede samenwerking tussen lippen, tong, kaken, gehemelte en keel is hiervoor noodzakelijk. Na hersenletsel (bijvoorbeeld CVA, ongeval, tumor), een aandoening van het zenuwstelsel (bijvoorbeeld Parkinson, ALS) of na een operatie in het hoofd- en halsgebied kunnen stoornissen in het slikproces ontstaan. Daarbij loopt bijvoorbeeld speeksel of voeding uit de mond, of het voedsel blijft in de mond plakken. Ook kan vocht of voedsel teruggegeven worden via de neus; of een voedselbrok blijft in de keel hangen en kan niet goed worden doorgeslikt. Er kan ook vocht of voedsel in de luchtpijp komen. Meestal gaat dit gepaard met hevig hoesten en benauwdheid.

terug

          copyright © 2009 LUC Design